Regels, beginopstelling en hoe je Frysk! 10×10 speelt.
10×10Bord
Beginopstelling
In één oogopslag
Bord10×10
Stukken per kant5
Eerste zetWit
Hoe te spelen
Beweging
Schijven bewegen diagonaal vooruit, één veld per keer.
Dammen zijn "vliegend": ze bewegen en slaan over een willekeurig aantal lege velden langs een lijn.
Slaan
Slaan kan zowel diagonaal als orthogonaal.
Schijven mogen zowel vooruit als achteruit slaan.
Schijven mogen dammen slaan.
Slaan is verplicht en je moet de slag met de hoogste waarde nemen: een dam is meer waard dan een schijf, maar twee schijven zijn meer waard dan een dam.
Bij verder gelijke slagen moet je met een dam slaan, niet met een schijf.
Promotie
Een schijf die tijdens een slag over de laatste rij gaat, blijft schijf en slaat door; hij wordt alleen dam als de zet op de laatste rij eindigt.
Een losse dam mag hoogstens 3 opeenvolgende niet-slaande zetten doen voordat een ander stuk moet bewegen.
Friese eindspel-remiseregels gelden (bijv. twee dammen tegen één is remise na een vast aantal zetten).